| Willem van de Vrande Een bundel vol poëtisch wonderlicht Helemaal links in het spectrum bevindt zich het onzichtbare licht dat ik dagelijks gebruik om de tv aan te zetten, om de zenders af te kijken, het geluid te dempen. Het toverlicht dat mij steeds weer verbaast, heet Infrarood, de naam die Olaf Douwes Dekker aan zijn nieuwste bundel meegaf. Dat kan geen toeval zijn: uit elk gedicht straalt het toverlicht dat nu omgekeerd aan mijn voorbeeld, mijn geest op scherp zet, de geluiden om mij heen dempt. Niettemin verklaart de dichter op de achterzijde van zijn bundel dat de titel specifiek verwijst naar het gedicht poëtica op pagina 65. Laat ik alleen al om die reden dat gedicht hier citeren: poëtica de mimosa bloeide als fluisterende honing, raadseltaal in toverspel, dat zomin bagatel als sprookje was en zo broos als een gebroken hart ooit brak liefde voor een regel vers ligt niet in helderheid gebed – proef hoe zoet het silhouet, als door infrarood ontbloot melodieus zojuist in werking is gezet Toverrood vanuit het vers, raakt de lezer, zet hem of haar aan het denken. En dat geldt voor alle 49 gedichten in de bundel. Niet een rode verhaaldraad nodigt de lezer uit, maar elk gedicht op zich bezit een afstandsbediening die de lezer kan beroeren. Ik kies er drie die mijn gemoed raakten. ik woon in mijn taal ik woon in mijn taal en droom gedachten die ik slapend spreek hoe ik vertrek, weg ga, terugkeer in mijzelf, luister naar de woorden van vermoeide reizigers die bij het vuur opnieuw geruchten hoorden in taal kan men niet rusten, loop door de straten en zie hoe op elke vensterbank de kat een kopje geeft geloof me nu is de tijd ik denk jou jij leeft mij niet vroeger niet straks doe vandaag wat morgen nodig is omdat het dan nu wordt aan zee de dag loopt binnen meeuwen schaduwen het zand, zonlicht droogt het water zout, het leven komt aan land Het gaat niet om veel, concludeer ik al lezend in de bundel Infrarood. Het gaat om het paarlemoer dat zich heeft afgezet rond de zandkorrel, het paarlemoer dat bewerkstelligt dat zelfs de meest alledaagse gedachte licht gaat geven. Bovendien kan ik die korte gedichten gemakkelijk omvatten in de palm van mijn hand en ook zonder het papier met mij meedragen. Zo wordt deze nieuwe bundel van Olaf Douwes Dekker (49 gedichten uit de periode 2006 tot eind 2008) een gift die lange tijd onder handbereik kan liggen op mijn bureau, van waaruit ik telkens een kleinood meedraag door de dag. Olaf Douwes Dekker - Infrarood / gedichten – Uitgeverij Van Kemenade – Breda 2009 – ISBN 978-90-71376-34-4 Uit: Leydraden maart 2009 |