Home

Aan: Bart van den Brink, minister van Asiel en Migratie

 

Betreft: de asielaanvraag en afwijzing van Rezan Habash

 

Middelburg, 22 maart 2026

 Beste minister Van den Brink,

 Als minister van Asiel en Migratie heeft u een lastige baan. Het zal niet gemakkelijk zijn, om een beleid te maken waarmee je hoe dan ook mensen verdriet zult doen. Ik begrijp dat niet iedereen in Nederland kan wonen. Er zullen mensen afgewezen moeten worden. Maar wie wijs je dan af? Zodra een naam op papier, geen nummer meer is, maar een gezicht krijgt wordt het nog moeilijker, stel ik mij zo voor. Daarom zijn er regels bedacht door uw voorgangers, maar, beste minister, zijn die regels wel eerlijk?

 Het lijkt erop dat er verschil is tussen liefde en liefde. Het is namelijk zo dat als een Nederlander verliefd wordt op iemand uit een ander land, het mogelijk is om die persoon in Nederland te laten verblijven en te naturaliseren. Het is niet eens zo heel ingewikkeld. Het integratieprogramma volgen, geld betalen en een exclusieve relatie hebben. Maar wat is een exclusieve relatie hebben precies? Is houden van elkaar genoeg of moet de liefde ook geconsumeerd worden? Hoe controleert u of twee mensen van elkaar houden? Op de website van uw IND lees ik dat het gaat om de duur van een relatie. Als je minstens drie jaar bij elkaar bent, kan de niet-Nederlandse partner Nederlander worden. Begrijp ik goed, dat als één iemand van jou houdt, dat dat genoeg is? Dan kan iemand uit een veilig land zoals Thailand of de Filipijnen, een Nederlands paspoort krijgen?

Maar wat nou, als je uit een onveilig land komt? Als het land van je hart Koerdistan is, en het niet eens bestaat op de wereldkaart? Wat als er niet één Nederlander is die van jou houdt, maar honderd? Als de stad waar je verblijft, jou op handen draagt? Waarom mag zo iemand dan toch niet blijven, maar wordt hij teruggestuurd naar een land waar hij achtervolgd en opgehangen zal worden?

Beste minister, is de liefde van één, meer waard dan de liefde van honderd?

 Ik vraag me af of u Rezan Habash wel eens heeft ontmoet. Vast niet, gezien uw besluit. Rezan is een bijzondere man met een empathisch hart en een gulle glimlach. Een goed mens, dat verzeker ik u. Hij is een poëet en ik stel me voor wat er zou gebeuren als hij duizend-en-één avonden lang u één van zijn gedichten zou voordragen. Zoals Sherazade de moordlustige sultan Sjahriaar op andere gedachten kon brengen en zo aan haar noodlot kon ontsnappen, zo zal uw oordeel ongetwijfeld veranderen wanneer u Rezan leert kennen. Dan zal u, net als wij in Middelburg, van hem gaan houden. En als ú van hem houdt, dan is honderd-en-één wel genoeg om hem een veilige toekomst te gunnen. Dan mogen zijn vrouw Hevin en zijn dochters naar Nederland komen, zodat zij met hun vieren een hoeksteen in onze samenleving kunnen worden.

 Maar u wilt waarschijnlijk niet drie jaar een vluchteling in uw huis laten verblijven. Gelukkig, beste minister Van den Brink, is er een poëziebundel uitgebracht met het werk van Rezan. Het papier is nog warm van de printer. Ik stel voor dat u deze bundel ‘Niet genoeg van de liefde’ leest, elke avond een gedicht. Dan hoor ik daarna graag van u dat Rezan mag blijven. Ondertussen wens, hoop en bid ik voor een veilige toekomst voor hem en zijn familie.

 Een harten groet,

Marielja de Geus