Als ik de vogels in mijn tuin zie, moet ik aan hem denken.
Zorgeloos, speels, onvoorspelbaar.
Lichtgewicht, vol vertrouwen.
Geen idee van wat er komen gaat of wat zou moeten.
Het tegendeel van wat de mensenwereld regeert, het rechtlijnige, machtige, beperkende.
Ik kom hem dagelijks tegen op die schoolfoto, acht jaar oud, de jongen die ik zelf ben.
Zijn ogen bevatten een mysterie dat zachtjes aan me trekt:
‘Zie mij, volg mij.
Nee, niet mij, het letterlijke kind, maar iets wat in mij verborgen ligt en door mij heen schijnt.
Denk maar aan de vogels in je tuin en toen boven de duinen, op het eiland.’

Herman Coenen schrijft al zijn leven lang poëzie en prozaminiaturen. Zijn universitaire vorming en jarenlange werk in de menswetenschappen hebben zijn speelsheid nooit weg kunnen drukken. Naast zijn hoogleraarschap aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht (19989 - 2000) volgde hij cursussen fysiek theater aan de Amsterdamse mimeschool, de Amsterdam Summer University, het Centre de Trielle in de Franse Cantal en clownscursussen in Bourg St. Andéol (Fr.).
Hij had zanglessen en lessen in het bespelen van de concertina. Tegelijk groeide zijn poëzie en poëtisch proza, sinds de jaren ’90 verschijnend in Nederlandse en Vlaamse literaire bladen als Tirade, De Revisor, Yang, de Brakke Hond, Kruispunt, Kreatief en later in Querido’s Poëziespektakel 2012 t/m 2014, Brabant Cultureel, Dichter. 2020 - 2025 en de Poëziekalenders 2021 t/m 2026 van uitgeverij Plint. Bundels: Van huis (Brandon Pers, Tilburg, 1998); Naden/Seams (Trobador, Tilburg, Proforma, Rotterdam, 2001); Tegen de keer (Liverse, Dordrecht, 2016).
Hij maakt solotheater waarin mime en improvisaties op zijn concertina een eenheid vormen met zijn teksten, onderandere: ‘Mijn juli, anders dan anders’. Ook werkt hij samen met muzikanten, o.a. op twee cd’s met pianist Jeroen van Vliet: Alleen nog maar de zon schilderen (2005) en Tegen de keer (2016) en in de voorstelling Landschappen en inspiraties; omzwervingen met Jean Sibelius met pianiste Kathelijn van de Loo, evenals Randen van Licht met Kathelijn van de Loo en Jeroen van Vliet. 
Gedichten
Prijs € 20,00
ISBN 9789071376696
NUR 306
Bestellen via heinvank@dds.nl
Verzendkosten € 4,40

  


INKIJKEXEMPLAAR

Kies voor weergave in twee pagina's

Je kunt naar hem terugkijken, over hem spreken, de jongen die je was. Maar is het ook mogelijk hem zelf aan het woord te laten, van binnen uit en met hem degenen die om hem heen waren? Wat komt er dan aan het licht?

In Lichtspoor maakt dichter Herman Coenen deze zoektocht naar het kind van toen. Daarin tekent Coenen wat het jöngske meemaakte, hoe de wereld om hem heen voelde en hoe hij met zijn gevoeligheid, zijn liefde voor vogels, bloemen en het altijd levende landschap, zijn fantasie omging. We horen zijn stem, die van zijn moeder, zijn vader, zijn grootvader en anderen.

Het kind zal volwassen worden, het jöngske niet. Want er blijft iets dat ontsnapt aan het besef van de dichter. Er is iets in hem dat nooit volledig deel wordt van de wereld. Hij draagt iets ongrijpbaars in zich dat de tijd open breekt, grenzen overschrijdt,: tussen jong en oud, ik en de ander, mens en dier, leven en dood. Het zingt het lied van een roodborst, schuilt in de mand vol kersen op de trap, in de ogen van een ander kind. Het spreekt met het licht dat hij ’s nachts, op het eiland waar hij logeert, langs de zoldering ziet glijden. De kleine jongen spreekt de oude dichter toe in zijn twijfels over het zijn. Zijn stem wordt steeds krachtiger en de dichter laat hem toe.

Deze bundel vindt zijn kracht in de eenvoud. De gedichten geven een levendig beeld. In het tere en het kwetsbare liggen geheimen verborgen die door de taal naar buiten komen.


Lichtspoor van de Tilburgse troubadour is diens mooiste dichtwerk tot op heden. Niet enkel is de dialoog tussen de oude en jonge Herman bijzonder ontroerend, hoe ook andere personages aan het woord komen: telkens trefzeker en meeslepend zodat het verleden bij lezing telkens 'nu' wordt. Deze bundel overtuigt niet enkel door het originele concept maar ook door de uitgepuurde taal die fonkelt in duisternis, die zelfs een vogel in de tuin kan doen zingen. 

PETER HOLVOET-HANSSEN

voormalig Stadsdichter Antwerpen
bekroond met o.a. de Arkprijs van het Vrije Woord en de driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap

Interview met Herman Coenen over zijn dichtbundel Lichtspoor


Presentatie: Hein van Kemenade en Anne Goossen

luister hier  

Over de dichtbundel Lichtspoor:
Je kunt naar hem terugkijken, over hem spreken, de jongen die je was. Maar is het ook mogelijk hem zelf aan het woord te laten, van binnen uit en met hem degenen die om hem heen waren? Wat komt er dan aan het licht?

 

In Lichtspoor maakt dichter Herman Coenen deze zoektocht naar het kind van toen. Daarin tekent Coenen wat het jöngske meemaakte, hoe de wereld om hem heen voelde en hoe hij met zijn gevoeligheid, zijn liefde voor vogels, bloemen en het altijd levende landschap, zijn fantasie omging. We horen zijn stem, die van zijn moeder, zijn vader, zijn grootvader en anderen.

Deze bundel vindt zijn kracht in de eenvoud. De gedichten geven een levendig beeld. In het tere en het kwetsbare liggen geheimen verborgen die door de taal naar buiten komen.